Daag je hersenen uit, blijf leren

Wie zijn hersenen blijft stimuleren, krijgt later waarschijnlijk minder snel geheugenproblemen. ‘Dus leer, wees creatief, maak muziek of ga reizen’, zegt prof. Helmut Kessels van de Universiteit van Amsterdam. Hij onderzoekt hoe mentale activiteit de hersenen kan beschermen tegen de ziekte van Alzheimer. Zijn boodschap: daag je hersenen je leven lang uit en blijf actief, want dat zou weleens de ziekte van Alzheimer kunnen uitstellen. Mensen die in hun leven mentaal actief zijn geweest houden over het algemeen langer een gezond geheugen. Deze mensen bouwen een soort reserve op, de zogeheten cognitieve reserve, die hen beschermt tegen achteruitgang van het geheugen. Het is ook nog niet bekend vanaf welke leeftijd of levensfase cognitieve reserve wordt opgebouwd. Waarschijnlijk gebeurt dat in zowel de vroege levensfase als op latere leeftijd.’

De aanwijzingen voor cognitieve reserve komen onder andere een sinds 1986 nog lopend onderzoek bij een groep nonnen in de Verenigde Staten. Nonnen vormen een goede groep om te onderzoeken, omdat hun manier van leven onderling niet veel verschilt. Ze hebben een vast dagritme, ze bidden en eten gezamenlijk en doen eenvoudig werk. De onderzoekers bestuderen het verband tussen mentale activiteit van de nonnen tijdens hun leven en tekenen van dementie in hun hersenen. Dat laatste wordt na hun overlijden onderzocht in hun hersenen.
Het is gebleken dat sommige nonnen weliswaar veel aan alzheimer kenmerkende eiwitophopingen hadden in de hersenen, en toch weinig last hadden van geheugenklachten. Juist deze nonnen waren gedurende hun leven mentaal actief geweest, bijvoorbeeld door een nieuwe taal te leren of te blijven studeren. Eén van die nonnen was Sister Mary. Zij werd 101 jaar, en had tot aan haar dood een bovengemiddeld goed geheugen. Toen na haar overlijden haar hersenen werden onderzocht, bleken die toch behoorlijk aangetast. Ze zaten vol met eiwitophopingen die wezen op alzheimer. Desondanks functioneerde Sister Mary’s geheugen uitstekend tot het eind van haar leven.

Met welk gedrag bouw je cognitieve reserve op? Zeer waarschijnlijk gaat het om het continu prikkelen van de hersenen: blijf leren, wees nieuwsgierig en creatief, verdiep je in interessante onderwerpen, verken andere omgevingen, leer een taal of een instrument bespelen. Ook door sociale activiteiten te ondernemen of bijvoorbeeld nieuwe mensen te leren kennen bouwen we reserve op, vermoedt Kessels. ‘Onze hersenen zijn gericht op sociale contacten. Die geven emoties, en prikkelen onze hersenen.’
Hersenactiviteit is dus goed en beschermt ons tegen de achteruitgang van ons geheugen.

Bron: https://www.hersenstichting.nl/nieuws/kessels-daag-je-hersenen-uit-blijf-leren/

Bewegen werkt positief op hersenfunctie van mensen met parkinson

bewegen bij parkinson

De hersenfunctie van mensen met parkinson verbetert door regelmatig te bewegen. Beweging versterkt de verbindingen tussen verschillende hersengebieden en remt het krimpen van de hersenen af. Ook verbeterde het nadenken bij mensen met parkinson die gedurende een half jaar drie keer per week 45 minuten fietsen op een hometrainer.

Bij de ziekte van Parkinson sterven dopamine-producerende cellen in de hersenen af. Als gevolg hiervan krijgen patiënten uiteenlopende klachten, variërend van trager bewegen tot aan trillen van een arm of been. In een studie uit 2018 werd aangetoond dat bij patiënten die drie keer per week intensief bewogen op een hometrainer, de symptomen stabiliseerden ten opzichte van een controlegroep die alleen rek- en strekoefeningen uitvoerde.

Sterkere verbindingen tussen hersengebieden

Veel mensen met parkinson krijgen moeite met automatische bewegingen zoals lopen. Dit komt doordat het gedeelte van de hersenen dat deze routinematige bewegingen aanstuurt, wordt aangedaan. De onderzoekers zagen op de scans dat bij fysiek actieve patiënten de verbindingen versterkt werden tussen hersengebieden die relatief gespaard waren door parkinson. “Deze hersengebieden krijgen als het ware een sterkere rol in het netwerk van de hersenen. We zien dit als een compensatiestrategie van de hersenen: er wordt gecompenseerd voor het feit dat automatische bewegingen, zoals lopen, moeilijker worden”, aldus Rick Helmich, neuroloog en hoofdonderzoeker.

De hoeveelheid grijze stof in de hersenen stabiliseert

In de grijze stof van de hersenen bevinden zich de cellichamen van zenuwcellen bevinden. Als mensen actief op iets trainen ontwikkelen meer verbindingen tussen hersencellen. Met sporten nemen dus niet alleen je spieren toe, maar ook je hersenen.”

Beter kunnen nadenken

Tot slot werden de patiënten die fysiek actief waren, ook beter in nadenken. Ze verbeterden hun eigen prestatie van een half jaar eerder, voorafgaand aan de training op de hometrainer. Op de MRI-scans zagen we vervolgens dat hoe goed ze hierin waren, rechtstreeks verband hield met hun fitheid, gemeten aan de hand van hun longinhoud. Daaruit bleek: hoe fitter, hoe groter het denkvermogen.”

Sporten is goed voor het brein

De onderzoekers vermoeden dat intensief bewegen de hersenfunctie verbetert doordat het compensatievermogen gestimuleerd wordt, niet doordat de ziekte van Parkinson trager verloopt. Rick Helmich: “We weten dat sporten goed is voor het brein. Voor iedereen, maar zeker ook voor mensen met parkinson. Deze resultaten hebben belangrijke implicaties: bewegen veroorzaakt veranderingen in de hersenen die Parkinson klachten kunnen verminderen. Ik hoop dat mensen met Parkinson dit aangrijpen als een enorme motivatie om meer te bewegen. In deze tijd van lockdown onderstreept het ook het belang van sporten en bewegen.”

Bronnen

https://www.radboudumc.nl/nieuws/2022/bewegen-heeft-positief-effect-op-hersenfunctie-parkinson-patienten

Aerobic exercise alters brain function and structure in Parkinson’s disease a randomized controlled trial  – ME Johansson, IGM Cameron, NM van der Kolk, M De Vries, E Klimars, I Toni, BR Bloem, RC Helmich. DOI: 10.1002/ana.26291.

Niet freezen bij parkinson? Tip: maak een betere slingerbeweging!

slingerbeweging bij parkinson

Onze beweging tijdens het lopen kun je vergelijken met een metronoom. Dit is een uurwerk met een omgekeerde slinger die van links naar rechts gaat. Deze slinger beweegt in een regelmatig tempo heen en weer. Het draaipunt bevindt zich onderaan. Bij de mens bevindt het draaipunt zich bij de voeten.

slingeruurwerk parkinson
metronoom parkinson

Een bekende vorm van een slinger is het slingeruurwerk.
De opwindveer van de klok moet de energie leveren voor het uurwerk. Daarvoor moet de veer in de klok worden opgewonden. Uw lichamelijke conditie/ uithoudingsvermogen kunt u hiermee vergelijken: u zorgt met een goede conditie als het ware voor een betere opwindveer. Voor het opwinden van de veer bij de ziekte van Parkinson helpt medicatie.
Bij een klok weten we dat de slinger niet vanzelf in beweging komt.
Zo is het ook bij de mens: de beweging naar links en rechts moet in gang gezet worden.
Er moet wel een mogelijkheid zijn dat er een slingerbeweging gemaakt wordt.
Als u met de voeten tegen elkaar staat, kunt u uw lichaamsgewicht niet van links naar rechts verplaatsen. De slingerbeweging kan niet in gang gezet worden. Daardoor kunt u geen voet optillen. U staat vastgeplakt. Dit heet: freezen.

Zijwaartse schommeling
Het lichaamsgewicht verplaatst zich van links naar rechts
Lopen bij parkinson: spoorbreedte goed
De gemiddelde spoorbreedte bij een man is 8 centimeter.

Hoe brengt u de slinger tot stilstand – waarom ontstaat freezing?

Een klok kun je stilzetten door de slingerbeweging tegen te houden.
Een parkinsonpatiënt (ook met voldoende medicatie) kan op een vergelijkbare manier tot stilstand komen.

Deuropening
Lichaamszwaartepunt naar voren


Freezing door fysieke omstandigheden

De slingerbeweging naar links en rechts kan verkleind worden (of tot stilstand komen) omdat iemand door een nauwe ruimte loopt. Voorbeelden: tussen meubels door lopen of door een deuropening gaan.
Tip: zijwaarts lopen kan de slingerbeweging in gang houden.

Zijwaarts lopen tegen freezing


Je kunt ook de slingerbeweging op een andere manier verstoren. Dit kan bijvoorbeeld als bij een klok de klepel naar voren of naar achteren bewogen wordt in plaats van naar links en rechts.
Een parkinsonpatiënt die te ver vooroverbuigt brengt op deze manier de slingerbeweging van links naar rechts tot stilstand.
Tip: stop met wat u aan het doen bent en ga rechtop staan.

Freezen parkinson draaien

De slingerbeweging komt ook gedwongen tot stilstand als het bovenlichaam ten opzichte van het onderlichaam gedraaid staat. U draait u om (bijvoorbeeld met de rollator) terwijl uw voeten op de plaats blijven staan.
Tip: draai uw bovenlichaam terug en volg de stappen die hieronder beschreven staan bij ‘Draaien op de plaats’.


Draaien op de plaats leidt ook vaak tot het stilzetten van de slingerbeweging van het lichaam, zodat de voeten “vast” komen te staan. Dit begint al met het te dicht bij elkaar staan van de voeten: het lichaamsgewicht kan niet van links naar rechts bewogen worden.

draaien zonder freezen bij parkinson
Draaien op de plaats
  1. Ga rechtop staan. Kijk recht naar voren.
  2. Draai de rechter voet een kwartslag opzij (in de richting van 3 uur op de klok), doe dit bewust: de voet moet de richting bepalen!
  3. Plaats de linker voet op enige afstand van de rechter in dezelfde richting (dus niet dicht bij elkaar).
    Herhaal de beweging met de beide voeten: rechter voet een kwartslag draaien, linker voet op enige afstand erbij plaatsen.
raderwerk hersenen freezen parkinson

Freezing door mentale omstandigheden

Door het raderwerk in een klok te blokkeren gaat de slinger stilstaan. Bij ons kan het “raderwerk” in de hersenen ook geblokkeerd worden door verschillende oorzaken:

  • bij het uitvoeren van dubbeltaken, zoals praten tijdens het lopen. Tip: stop met praten en concentreer u op het lopen.
  • bij een verhoogd angstgevoel bij stressvolle situaties, zoals tijdens het oversteken van een drukke straat, het lopen door een draaideur en bij andere situaties die in het verleden al eens tot freezing hebben geleid.
    Tip: oefen het lopen in deze situaties met een ParkinonNet-therapeut zodat u dit onder de knie krijgt. U krijgt zo een positieve bewegingservaring, waardoor de kans op een verhoogd angstgevoel de volgende keer minder is.
  • pijnklachten kunnen zorgen voor een verslechtering van het looppatroon. Ouderen met veel pijn lopen veel meer kans (nl. 40-60% meer) op een val met letsel. Bij chronische pijn bent u fysiek minder goed in staat om snel en adequaat te reageren op een eventuele balansverstoring. Zijn er pijnklachten in de knie, de heup of de rug, dan gaan we houteriger lopen en maken een minder goede slingerbeweging. Bij een parkinsonpatiënt kan dat aanleiding zijn tot freezen.
    Tip: zorg voor goede pijnbestrijding (medicatie, fysiotherapie)
  • lopen in een drukke omgeving, zoals een supermarkt, waardoor er veel prikkels tegelijkertijd verwerkt moeten worden.
    Tip: oefen het lopen in deze situaties met een ParkinonNet-therapeut, leer het concentreren op uw taak.
Goed lopen zonder freezen bij parkinson

Invloed van vermoeidheid

Na een ‘lange’ wandeling merken parkinsonpatiënten dat zij meer voorover gebogen gaan lopen, kleinere passen gaan maken en meer neiging hebben tot freezen.
Tip: stop, strek u uit, maak u zo lang mogelijk en kijk recht naar voren. Door de gestrekte houding kunt u makkelijker grotere passen maken en de slingerbeweging in gang houden. Mensen vertellen vaak dat zij geen kracht meer hebben om het been naar voren te zetten. Dit is een misvatting!

Uit onderzoek blijkt dat het zwaaibeen naar voren wordt gebracht tijdens de zwaaifase zonder activiteit in de buigspieren rond het heupgewricht. Sterke banden aan de voorkant van het heupgewricht van het standbeen worden gerekt, waardoor elastische energie wordt opgeslagen, die later vrijkomt waardoor het been naar voren gaat in de zwaaifase. Dit is een belangrijk energiebesparend kenmerk van het lopen. Een grotere paslengte zorgt voor een grotere rek en daardoor voor een hoger rendement. U wordt minder gauw moe!

De beweegrichtlijn voor volwassenen en ouderen:

  • Bewegen is goed, meer bewegen is beter.
  • Doe minstens 150 minuten per week aan matig intensieve inspanning, verspreid over diverse dagen. Langer, vaker en/ of intensiever bewegen geeft extra gezondheidsvoordeel.
  • Doe minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten, voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen.
  • En: voorkom veel stilzitten.

Bronnen:

Cai Y, Leveille SG, Shi L, Chen P, You T. Chronic Pain and Risk of Injurious Falls in Community-Dwelling Older Adults. J Gerontol A Biol Sci Med Sci. 2020 Sep 30

Simonsen EB. Contributions to the understanding of gait control. Dan Med J. 2014 Apr;61(4):B4823. PMID: 24814597

Kuo AD. The six determinants of gait and the inverted pendulum analogy: A dynamic walking perspective. Hum Mov Sci. 2007 Aug;26(4):617-56

Waarom trilt een parkinsonpatiënt?

Veel patiënten met de ziekte van Parkinson hebben last van tremor, ofwel trillen.

Op 27 januari 2021 heeft Radboudumc-onderzoeker Michiel Dirkx zijn proefschrift getiteld “Neural mechanisms of Parkinson’s tremor” aan de Radboud Universiteit Nijmegen verdedigd. In zijn promotieonderzoek verklaart hij waarom tremor bij sommige mensen wel en bij anderen niet op medicatie reageert. Ook onderzocht hij waarom tremor erger wordt tijdens stress.

Parkinson trillende handen

Trillen

Er zijn in Nederland ongeveer 50.000 mensen met de ziekte van Parkinson. Trillen is één van de meest kenmerkende verschijnselen van deze ziekte. Bovendien komt het vaak voor: drie op de vier patiënten hebben er last van. Het trillen is beperkend voor dagelijkse bezigheden, zoals het lezen van de krant of het vasthouden van een kop koffie.

Parkinson tremor hand vasthouden

Trillen reageert vaak niet op medicatie

Mensen met parkinson hebben gebrek aan het stofje dopamine in de hersenen. De meeste parkinsonsymptomen, zoals stijfheid en traagheid, verminderen door medicijnen die het tekort aan dopamine corrigeren. Om redenen die we tot voor kort niet goed begrepen geldt dit echter niet altijd voor trillen: vier op de tien patiënten met de ziekte van Parkinson ervaren geen enkel effect van deze medicatie op het trillen.

Michiel Dirkx onderzocht waarom dit het geval is. Hij vergeleek twee groepen parkinsonpatiënten die veel last hadden van trillen: een groep waarbij het trillen duidelijk minder werd door medicatie, en een groep waarbij het trillen helemaal niet reageerde op diezelfde medicatie. Beide groepen werden met geavanceerde hersenscans onderzocht. Het grote verschil tussen de twee groepen zat in de kleine hersenen, die veel actiever waren in de groep die niet reageerde op medicatie. Dit betekent dat wanneer de kleine hersenen extra betrokken zijn bij trillen, het effect van dopamine medicatie kleiner is. Dit laat zien dat er geen “one-size-fits-all” behandeling voor trillen is. Nieuwe medicijnen die aangrijpen op de kleine hersenen zouden beter effectief kunnen zijn bij parkinsonpatiënten die niet reageren op dopamine-medicatie.

Trillen wordt erger tijdens stress

Voor parkinsonpatiënten geldt dat trillen erger wordt tijdens stress. Sommige gezonde mensen merken al dat hun handen een beetje gaan trillen als ze een spannend gesprek voeren of een presentatie moeten geven. Datzelfde effect is voor parkinsonpatiënten nog veel heviger. Michiel Dirkx onderzocht de oorzaak hiervan. Hij bestudeerde een groep parkinsonpatiënten met veel tremor in de hersenscanner. Hij onderzocht hen in twee situaties: ofwel ontspannen, ofwel tijdens een stressvolle rekentaak. Tijdens de stressvolle taak werden hersengebieden actief die reageren op het stresshormoon noradrenaline. Die hersengebieden stimuleerden op hun beurt “trilgebieden” in de hersenen, zoals de thalamus, een kern in het midden van de hersenen. Dit inzicht kan leiden tot nieuwe behandelingen, bijvoorbeeld medicatie die de effecten van noradrenaline vermindert, of ontspanningstechnieken, zoals mindfulness, die de effecten van stress op de thalamus kunnen remmen. 

Lichaamsbeweging en mindfulness worden vaak gebruikt om stress te verminderen. Mindfulness kan de ernst van parkinsonsymptomen zoals tremoren verminderen, maar er zijn ook sterke positieve effecten op angst en depressieve stemming. Deze bevindingen rechtvaardigen verdere gecontroleerde studies om de voordelen van mindfulness en andere stressverlichtende interventies vast te stellen.

Bronnen:

https://www.radboudumc.nl/patientenzorg

van der Heide, A., Speckens, A.E.M., Meinders, M.J. et al. Stress and mindfulness in Parkinson’s disease – a survey in 5000 patientsnpj Parkinsons Dis. 7, 7 (2021)

Dirkx, M. F., Ouden, den, H. E. M., Aarts, E., Timmer, M. H. M., Bloem, B. R., Toni, I., & Helmich, R. C. (2017). Dopamine controls Parkinson’s tremor by inhibiting the cerebellar thalamus – Brain.

Dirkx, M. F., Zach, H., van Nuland, A. J., Bloem, B. R., Toni, I., & Helmich, R. C. (2020). Cognitive load amplifies Parkinson’s tremor through excitatory network influences onto the thalamus – Brain.

Dirkx, M. F., Zach, H., Van Nuland, A., Bloem, B. R., Toni, I., & Helmich, R. C. (2019). Cerebral differences between dopamine-resistant and dopamine-responsive Parkinson’s tremor – Brain.

Sterker worden door krachttraining kan ook op hoge leeftijd

Zelfs op hoge leeftijd is het mogelijk om leeftijdsgebonden spierkrachtverlies teniet te doen. Ook 75-plussers worden sterker door krachttraining. Dit hoeft niet eens heel intensief: minimaal 8 weken 1 tot 3 keer per week oefenen leidt al tot een toename in spierkracht, zonder noemenswaardige bijwerkingen. Dat concludeert een internationaal onderzoeksteam dat gegevens analyseerde uit 22 studies met 880 deelnemers met krachttrainende 75-plussers.

krachttraining ouderen Aalten

Spierkracht
Ouderen van 75 tot 98 jaar verbeteren hun spierkracht als ze krachttraining doen.
Gezondheidswinst
Krachtvermindering kan leiden tot problemen. Ouderen met te weinig spierkracht lopen meer risico om te vallen, hun zelfstandigheid te verliezen en voortijdig te overlijden.
Door veroudering neemt de maximale kracht en spiermassa af. Tussen de leeftijd van 30 en 70 jaar is dat gemiddeld zo’n 50 procent. Bij 75-plussers die niet regelmatig trainen neemt de spierkracht jaarlijks 2 tot 4 procent af. Maar, zoals dit onderzoek aantoont, ouderen kunnen hun kracht wel degelijk verbeteren. De normale trainingsprincipes blijven ook voor 75-plussers gelden.
80-plussers
Het is nooit te laat om je spierkracht te vergroten: zelfs bij oudere senioren leidt krachttraining nog tot sterkere spieren. Toen de onderzoekers alleen de 80-plussers beoordeelden was het bereikte resultaat nog groter.
Spieromvang
De toegenomen spierkracht van de ouderen weerspiegelde zich ook in een grotere omvang van de beenspieren, bleek uit zes studies, al was het effect klein.
(Opmerking: Wanneer een ongetrainde persoon een krachttrainingsprogramma start, blijkt dat de spierkracht in de eerste weken 20 tot 40% kan toenemen zonder dat de spieromvang toeneemt. De eerste krachtwinst wordt toegeschreven aan aanpassingen in het zenuwstelsel. Veel krachttoename komt de eerste weken tot maanden voort uit een betere onderlinge afstemming en de sterkere activatie van motorische eenheden (spiervezels met bijbehorende zenuw), daarna treedt ook spiergroei op. Bij ouderen is overigens met gerichte krachttraining al na twee maanden winst te behalen in hun kracht, coördinatie en het overwinnen van de vrees om te vallen.)
Bijwerkingen
Ouderen zijn uit angst voor een hartaanval, beroerte of zelfs overlijden vaak huiverig om krachttraining te doen. De onderzoekingsresultaten geven hiertoe echter geen aanleiding. Krachttraining lijkt veilig te zijn voor 75-plussers, want de 22 kwalitatief hoogstaande studies vermeldden nauwelijks bijwerkingen. Enkele deelnemers kregen spierpijn en bij één oudere speelden al bestaande artrose-problemen op, maar er traden geen ernstige ongewenste effecten op.
Intensiteit
Volgens de onderzoekers hoeven de ouderen niet eens heel intensief te trainen om sterker te worden. Minimaal 8 weken 1 tot 3 keer per week oefenen heeft al een positief effect.
Door hierbij voor de groep ouderen de oefeningen zo functioneel mogelijk aan te bieden, zijn deze makkelijk in te bouwen in hun dagelijkse activiteiten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan traplopen of iets dragen tijdens het opstaan uit een stoel. Op die manier wordt de therapietrouw bevorderd. Dit is belangrijk, want het is bekend dat de trainingswinst weer sneller kwijt raakt wanneer ouderen stoppen met trainen.

Bron: Grgic J, Garofolini A, Orazem J, [et al.]. Effects of resistance training on muscle size and strength in very elderly adults: A systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials.

Handknijpkracht

De handknijpkracht geeft inzicht in functioneringsproblemen bij kwetsbare ouderen. De geriatriefysiotherapeut zal deze handknijpkracht dus vaak controleren.

Handknijpkracht meten

De knijpkracht die kwetsbare ouderen kunnen opbrengen is een signaal voor hun mobiliteit, evenwicht en functioneren. Ouderen die harder kunnen knijpen kunnen zich beter verplaatsen, staan stabieler en ervaren minder problemen bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten.
Handknijpkracht blijkt ook voorspellend te zijn voor het functioneren op de langere termijn. In 7 van 10 studies bleken sterkere ouderen na drie maanden tot een jaar minder problemen te ervaren bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten. Andere metingen, zoals beenspierkracht of spiermassa, hadden geen voorspellende waarde.
Uit een onderzoek onder 6089 gezonde mannen van 45 tot 68 jaar bleek dat de handknijpkracht zelfs zeer voorspellend is voor functionele beperkingen en handicaps 25 jaar later. Een goede spierkracht op middelbare leeftijd kan mensen beschermen tegen beperkingen op hoge leeftijd door een grotere veiligheidsmarge te bieden.

Sarcopenie
Ouder worden gaat samen met verlies van spiermassa en spierkracht. Als dit leidt tot beperkingen in het uitvoeren van dagelijkse activiteiten spreken we van sarcopenie. Omdat kwetsbare ouderen met minder handknijpkracht ook meer problemen ervaren in hun mobiliteit, evenwicht en dagelijkse activiteiten lijkt een knijpkrachttest een geschikte manier om ouderen te screenen op sarcopenie. Deze test is een makkelijk, snel en goedkoop alternatief voor de ‘gouden standaard’ metingen met MRI of röntgen absorptiometrie.

Bronnen:
The clinical usefulness of muscle mass and strength measures in older people: a systematic review
Midlife Hand Grip Strength as a Predictor of Old Age Disability

Freezing bij parkinson

voorkomen freezing parkinson oefeningen tips

Wat is freezing (bevriezen):
Freezing is het plotseling ‘bevriezen’ tijdens het bewegen. Het kan voorkomen bij alle dagelijkse handelingen. Freezing komt het meest voor tijdens het lopen, maar het kan zich ook uiten in problemen om uit een stoel op te staan. Het kan ook optreden tijdens vingerbewegingen (bijvoorbeeld schrijven, snijden, knoopjes sluiten, tanden poetsen) of zelfs tijdens de spraak (hakkelende, stotterende spraak) of het slikken. Ook komt mentale bevriezing voor, zoals bij een psychologische test.

Bij freezing van het looppatroon heeft de patiënt het gevoel aan de grond genageld te staan gedurende enkele seconden tot enkele minuten. Freezing kan zich ook uiten als schuifelend lopen, met korte passen of trillende benen.

Situaties waarin sprake is van een verhoogd risico op freezing tijdens lopen zijn:
• fase waarin de medicatie (bijna) uitgewerkt is
• bij het starten met lopen, bij het opstaan
• draaien op de plaats (vooral 180°), om een stoel lopen
• van het ene type oppervlak overgaan op een ander type (bijv. van tegel naar tapijt)
• lopen door een nauwe doorgang (zoals een deuropening, in een lift stappen)
• uitvoeren van dubbeltaken (zoals praten tijdens het lopen)
• bereiken van een doel, zoals een stoel of een open ruimte
• bij het verminderen van loopsnelheid of bij het stoppen met lopen
• lopen in het donker
• drukke omgeving, bijv. supermarkt
• verhoogd angstgevoel bij stressvolle situaties, zoals tijdens het oversteken van een drukke straat, lopen door een draaideur

Hoe komt u weer in beweging bij freezing tijdens lopen?
1. STOP: Ga niet vechten tegen het freezen door nog beter uw best te doen om in beweging te komen. De hersenactiviteit die voor verkeerde spieraansturing zorgt moet eerst tot rust gebracht worden.Vergelijk: als een auto in zijn achteruit staat kan hij alleen via “vrij” weer in vooruit gezet worden.
2. STREK : Ga rechtop staan. Als u voorovergebogen staat worden de voorvoeten op de grond gedrukt door de aangespannen kuitspieren – een gebogen houding leidt vaak tot freezen!
3. SCHUD: Blijf kalm, haal diep adem en laat de spierspanning los in die gebieden waar spanning is (meestal de armen en de nek) en schud de armen los.
4. SCHOMMEL: Verplaats uw gewicht van linker- naar rechtervoet, of – op de stoel – van achter naar voren en terug. Blijf rechtop.
5. STAP naar voren met een grote stap waarbij de hiel het eerst de grond raakt. Op de stoel: maak een grote beweging met het hoofd en de armen naar voren. U kunt hierbij hardop tot 3 tellen; zet de beweging in bij 3.

Lees verder

Oorzaken incontinentieklachten ouderen

Urineverlies en andere plasklachten ontstaan door veroudering van de bekkenbodemspieren, van de blaas en de plasbuis. Achteruitgang van het geheugen en/of het gemak waarmee men kan bewegen spelen ook een rol. Daarnaast kunnen andere aandoeningen zoals diabetes, de ziekte van Parkinson of een herseninfarct of gevolg zijn van bepaalde medicijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan plastabletten en antidepressiva.
Deze problemen met plassen kunnen leiden tot een vermindering van de kwaliteit van leven. Het geeft bovendien een verhoogd risico op vallen. De problemen leiden helaas maar al te vaak tot schaamte, depressie en isolement.

Bij het ouder worden kan de blaas minder goed werken. De blaas kan minder urine opslaan; waardoor de plassen kleiner worden en men vaker moet plassen. Aan de ene kant wordt de blaas onrustiger en geeft deze vaker het gevoel te moeten plassen, aan de andere kant kan de blaas minder goed leeg plassen en ontstaan er restjes urine die achterblijven. Hierdoor ontstaan vaak weer blaasontstekingen. Door de onrustige, overactieve, blaas kan er plotseling heftige drang om te plassen ontstaan met mogelijk ook urineverlies. Minder drinken is niet de oplossing voor urineverlies en kan juist leiden tot een toename van de problematiek; bijvoorbeeld een toegenomen kans op een onrustige blaas en blaasontstekingen maar ook op obstipatie. Voor alle lichaamsprocessen (bijvoorbeeld ademhaling, spijsvertering, transpiratie) is 1,5 tot 2 liter vocht per dag nodig.

Bij vrouwen zien we dat de plasbuis en de blaashals slapper worden. Dit heeft te maken met beschadigingen die eerder, bijvoorbeeld bij een bevalling zijn ontstaan en doordat er minder oestrogeen, vrouwelijk hormoon, gemaakt wordt. De blaas kan hierdoor moeilijker worden afgesloten en wordt wat prikkelbaarder. Het wordt moeilijker urine op te houden.
Bij mannen zien we juist dat het plassen moeilijker kan gaan en de straal zwakker wordt doordat de prostaat wat groter wordt en de plasbuis wordt dichtgeduwd. Veel mannen krijgen hierdoor last van nadruppelen. Een prostaatoperatie kan tot urineverlies leiden.

Ouderen moeten ’s nachts vaker plassen. Dit komt door de veranderde werking van de nieren; deze kennen minder dan vroeger een dag- en nachtritme. Ook ’s nachts wordt er nu vocht afgedreven met als gevolg nachtelijk plassen.

Voor informatie over fysiotherapie bij incontinentie: meer lezen

Grote bewegingen bij Parkinson

Bij mensen met parkinson zie je dat het bewegen kleiner en trager wordt.

Deze kleiner en trager wordende bewegingen beperken mensen in hun dagelijks handelen omdat ze meer moeite krijgen met het uitvoeren van taken waar een bepaalde snelheid voor nodig is. Denk bijvoorbeeld aan het opstaan vanaf de rand van het bed of het opstaan uit de stoel. Zonder (voorwaartse) snelheid lukt het maar moeizaam om overeind te komen.

En het kleiner worden van de beweging, waarbij de volledige uitslag dus niet meer wordt gebruikt, zorgt ervoor dat spieren en gewrichten uiteindelijk zich gaan aanpassen aan die kleine uitslag en dus verkorten of minder mobiel worden. Het (kunnen) blijven inzetten van voldoende bewegingsuitslag en snelheid is dus heel belangrijk.

Veel van de wetenschappelijk bewezen interventies in de fysiotherapie richtlijn zijn dan ook gericht op het vergroten van de amplitude. Denk hierbij aan het vergroten van de staplengte bij het lopen, het verder naar voren buigen bij het opstaan uit de stoel of het verder optrekken van de knieën bij het omdraaien in bed.

Vanuit Amerika zijn er twee bestaande oefenprogramma’s die heel duidelijk handvatten bieden voor ‘groter en sneller bewegen’: het LSVT-BIG programma en de PWR! methode. Beiden zijn bedacht door Becky Farley, fysiotherapeut en een enorme ‘believer’ van het effect van (groot en snel) bewegen bij mensen met parkinson.

Allereerst heeft ze dat vormgegeven in het LSVT-BIG programma waar door specifieke oefeningen en intensief herhalen mensen beter scoorden op de UPDRS (McDonnell, 2018).

Na het behandelen van veel mensen, merkte Becky echter dat zij de variëteit om oefeningen aan te passen miste; geen mens met parkinson is immers hetzelfde. Ook de vertaalslag naar activiteiten van alle dag kon naar haar gevoel beter.

Om het LSVT-BIG programma te vertalen naar die alledaagse activiteiten, heeft ze PWR! ontwikkeld. Het bestaat uit 4 ‘moves’ die in allerlei uitgangshoudingen kunnen worden uitgevoerd, afhankelijk van de doelen waar mensen aan willen werken.

Ook zocht ze naar een manier om meer uitdaging toe te passen: dubbeltaken, cognitieve taken, het gebruiken van de stem: allemaal om mensen steeds méér te prikkelen en uit te dagen. PWR! is in die zin dus een soort ‘upgrade’ van het LSVT-BIG programma.

Beide benaderingen staan niet op zich; ze zijn onderdeel van de diverse opties van paramedische beweeginterventies bij parkinson naast bijvoorbeeld preventie van inactiviteit, het verbeteren van balans of het aanleren van strategieën. Welke activiteit je ook wil oefenen, of het nu gaat om uit de auto stappen, het opstaan van de grond, of het achteruitstappen bij het uitruimen van de vaatwasser: bewegingsuitslag en snelheid zijn vaak cruciaal om het te kunnen (blijven) doen.

Het allerbelangrijkste bij beide programma’s is dat er ook aandacht is voor de periode ná een intensieve fase van oefenen of revalidatie, om welke oefeningen het ook gaat: kortom: aandacht voor het inbouwen in het dagelijks (activiteiten)patroon. Anders zullen mensen onherroepelijk weer terugvallen. 

Praten over het levenseinde

Veel van de op deze site beschreven aandoeningen hebben niet direct te maken met het levenseinde. Toch is het bij het ouder en kwetsbaar worden belangrijk dat mensen praten met familieleden, mantelzorgers en hulpverleners.
Veel mensen vinden het lastig om in gesprek te gaan over het levenseinde en de wensen en mogelijkheden daar omheen.
Ook al is er in de media steeds meer aandacht voor kwetsbaar worden, sterven en dood, toch is het geen gangbaar onderwerp om te bespreken. De ervaring leert dat mensen een zetje nodig hebben om erover te beginnen. Een aanleiding om een plan te maken. Ze blijken achteraf blij te zijn dat het ter sprake is gekomen. Het geeft rust en voorkomt het gevoel dat ‘alles je overkomt en je er geen grip meer op hebt’. Daarom heeft de coalitie Van Betekenis tot het einde het initiatief genomen om een film te maken dat zo’n gesprek op gang kan brengen.