Oorzaken incontinentieklachten ouderen

Urineverlies en andere plasklachten ontstaan door veroudering van de bekkenbodemspieren, van de blaas en de plasbuis. Achteruitgang van het geheugen en/of het gemak waarmee men kan bewegen spelen ook een rol. Daarnaast kunnen andere aandoeningen zoals diabetes, de ziekte van Parkinson of een herseninfarct of gevolg zijn van bepaalde medicijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan plastabletten en antidepressiva.
Deze problemen met plassen kunnen leiden tot een vermindering van de kwaliteit van leven. Het geeft bovendien een verhoogd risico op vallen. De problemen leiden helaas maar al te vaak tot schaamte, depressie en isolement.

Bij het ouder worden kan de blaas minder goed werken. De blaas kan minder urine opslaan; waardoor de plassen kleiner worden en men vaker moet plassen. Aan de ene kant wordt de blaas onrustiger en geeft deze vaker het gevoel te moeten plassen, aan de andere kant kan de blaas minder goed leeg plassen en ontstaan er restjes urine die achterblijven. Hierdoor ontstaan vaak weer blaasontstekingen. Door de onrustige, overactieve, blaas kan er plotseling heftige drang om te plassen ontstaan met mogelijk ook urineverlies. Minder drinken is niet de oplossing voor urineverlies en kan juist leiden tot een toename van de problematiek; bijvoorbeeld een toegenomen kans op een onrustige blaas en blaasontstekingen maar ook op obstipatie. Voor alle lichaamsprocessen (bijvoorbeeld ademhaling, spijsvertering, transpiratie) is 1,5 tot 2 liter vocht per dag nodig.

Bij vrouwen zien we dat de plasbuis en de blaashals slapper worden. Dit heeft te maken met beschadigingen die eerder, bijvoorbeeld bij een bevalling zijn ontstaan en doordat er minder oestrogeen, vrouwelijk hormoon, gemaakt wordt. De blaas kan hierdoor moeilijker worden afgesloten en wordt wat prikkelbaarder. Het wordt moeilijker urine op te houden.
Bij mannen zien we juist dat het plassen moeilijker kan gaan en de straal zwakker wordt doordat de prostaat wat groter wordt en de plasbuis wordt dichtgeduwd. Veel mannen krijgen hierdoor last van nadruppelen. Een prostaatoperatie kan tot urineverlies leiden.

Ouderen moeten ’s nachts vaker plassen. Dit komt door de veranderde werking van de nieren; deze kennen minder dan vroeger een dag- en nachtritme. Ook ’s nachts wordt er nu vocht afgedreven met als gevolg nachtelijk plassen.

Voor informatie over fysiotherapie bij incontinentie: meer lezen

Grote bewegingen bij Parkinson

Bij mensen met parkinson zie je dat het bewegen kleiner en trager wordt.

Deze kleiner en trager wordende bewegingen beperken mensen in hun dagelijks handelen omdat ze meer moeite krijgen met het uitvoeren van taken waar een bepaalde snelheid voor nodig is. Denk bijvoorbeeld aan het opstaan vanaf de rand van het bed of het opstaan uit de stoel. Zonder (voorwaartse) snelheid lukt het maar moeizaam om overeind te komen.

En het kleiner worden van de beweging, waarbij de volledige uitslag dus niet meer wordt gebruikt, zorgt ervoor dat spieren en gewrichten uiteindelijk zich gaan aanpassen aan die kleine uitslag en dus verkorten of minder mobiel worden. Het (kunnen) blijven inzetten van voldoende bewegingsuitslag en snelheid is dus heel belangrijk.

Veel van de wetenschappelijk bewezen interventies in de fysiotherapie richtlijn zijn dan ook gericht op het vergroten van de amplitude. Denk hierbij aan het vergroten van de staplengte bij het lopen, het verder naar voren buigen bij het opstaan uit de stoel of het verder optrekken van de knieën bij het omdraaien in bed.

Vanuit Amerika zijn er twee bestaande oefenprogramma’s die heel duidelijk handvatten bieden voor ‘groter en sneller bewegen’: het LSVT-BIG programma en de PWR! methode. Beiden zijn bedacht door Becky Farley, fysiotherapeut en een enorme ‘believer’ van het effect van (groot en snel) bewegen bij mensen met parkinson.

Allereerst heeft ze dat vormgegeven in het LSVT-BIG programma waar door specifieke oefeningen en intensief herhalen mensen beter scoorden op de UPDRS (McDonnell, 2018).

Na het behandelen van veel mensen, merkte Becky echter dat zij de variëteit om oefeningen aan te passen miste; geen mens met parkinson is immers hetzelfde. Ook de vertaalslag naar activiteiten van alle dag kon naar haar gevoel beter.

Om het LSVT-BIG programma te vertalen naar die alledaagse activiteiten, heeft ze PWR! ontwikkeld. Het bestaat uit 4 ‘moves’ die in allerlei uitgangshoudingen kunnen worden uitgevoerd, afhankelijk van de doelen waar mensen aan willen werken.

Ook zocht ze naar een manier om meer uitdaging toe te passen: dubbeltaken, cognitieve taken, het gebruiken van de stem: allemaal om mensen steeds méér te prikkelen en uit te dagen. PWR! is in die zin dus een soort ‘upgrade’ van het LSVT-BIG programma.

Beide benaderingen staan niet op zich; ze zijn onderdeel van de diverse opties van paramedische beweeginterventies bij parkinson naast bijvoorbeeld preventie van inactiviteit, het verbeteren van balans of het aanleren van strategieën. Welke activiteit je ook wil oefenen, of het nu gaat om uit de auto stappen, het opstaan van de grond, of het achteruitstappen bij het uitruimen van de vaatwasser: bewegingsuitslag en snelheid zijn vaak cruciaal om het te kunnen (blijven) doen.

Het allerbelangrijkste bij beide programma’s is dat er ook aandacht is voor de periode ná een intensieve fase van oefenen of revalidatie, om welke oefeningen het ook gaat: kortom: aandacht voor het inbouwen in het dagelijks (activiteiten)patroon. Anders zullen mensen onherroepelijk weer terugvallen. 

PWR Parkinson fysiotherapeut ouderen
Herman Leusink is gecertificeerd PWR!Moves therapeut

Praten over het levenseinde

Veel van de op deze site beschreven aandoeningen hebben niet direct te maken met het levenseinde. Toch is het bij het ouder en kwetsbaar worden belangrijk dat mensen praten met familieleden, mantelzorgers en hulpverleners.
Veel mensen vinden het lastig om in gesprek te gaan over het levenseinde en de wensen en mogelijkheden daar omheen.
Ook al is er in de media steeds meer aandacht voor kwetsbaar worden, sterven en dood, toch is het geen gangbaar onderwerp om te bespreken. De ervaring leert dat mensen een zetje nodig hebben om erover te beginnen. Een aanleiding om een plan te maken. Ze blijken achteraf blij te zijn dat het ter sprake is gekomen. Het geeft rust en voorkomt het gevoel dat ‘alles je overkomt en je er geen grip meer op hebt’. Daarom heeft de coalitie Van Betekenis tot het einde het initiatief genomen om een film te maken dat zo’n gesprek op gang kan brengen.

Moeite met opstaan? Sta-op stoel?

Ouderen die moeite hebben met opstaan blijven vaak ongewenst lang zitten. Zij staan slechts enkele keren per dag op. Het iets te drinken halen wordt uitgesteld, net als de toiletgang en het even naar buiten lopen. Opstaan is een dagelijkse handeling die een basisvoorwaarde is voor zelfredzaamheid.

Vaak zie je bij een elektrische sta-op stoel dat de gebruikers passief, onzeker en afhankelijk worden. De ouderen zetten de beweging niet zelf in, maar ondergaan de beweging passief. Hierdoor gaan de spierkracht en de coördinatie achteruit.

Het is belangrijk dat de oudere naar eigen kunnen actief blijft, makkelijker beweegt en minder afhankelijk is. De natuurlijke manier van opstaan is ook noodzakelijk bij het opstaan van het bed, van het toilet en als er een bezoek gebracht wordt aan kennissen of familieleden die geen sta-op stoel hebben.

Opstaan uit de stoel

Sta-op stoelen zijn soms noodzakelijk om in bepaalde thuissituaties zelfredzaam te blijven. Als ouderen tijdig overgaan op een sta-op hulp, blijven zij langer actief zonder al te veel lichamelijke beperkingen. Door het hebben van meer opstamomenten per dag werkt dit functieonderhoudend. De oudere gaat meer lopen, reiken, enz. in huis en dit is een belangrijk deel van de “dagelijkse oefening”.

Koop niet pas een sta-op stoel als opstaan helemaal niet meer lukt. Er is dan al veel spierkracht en coördinatievermogen verloren gegaan omdat de sta-op beweging al minder is geoefend.