Ondervoeding bij ouderen

Ondervoeding komt voor in alle leeftijdsgroepen. Onder volwassenen met ondervoeding bevinden zich veel ouderen. Dit geldt zowel in het ziekenhuis als thuis. Bij opname in het ziekenhuis wordt 15% van de patiënten als ondervoed gescreend.
Eén op de tien thuiswonende ouderen is ondervoed. Dit percentage stijgt naarmate de leeftijd stijgt, tot 15-20% bij personen ouder dan 75 jaar. Van de groep ouderen met thuiszorg is zelfs een derde ondervoed.
Wanneer geen actie wordt ondernomen, zal het aantal ondervoede thuiswonende ouderen naar verwachting de komende jaren stijgen, omdat ouderen steeds langer thuis wonen.

Wat kost ondervoeding? De totale kosten van ondervoeding door ziekte in Nederland bedroegen bijna € 2 miljard in 2011. Recent onderzoek van de Stuurgroep Ondervoeding bij meer dan een half miljoen ziekenhuispatiënten wees uit dat de opnameduur van de patiënten die bij opname als ondervoed gescreend waren 1,4 dag langer was.

Ondervoeding ouderen

 

Bron: Stuurgroep Ondervoeding

Valpreventie met het Otago oefenprogramma

De ernst van het probleem rond vallen bij ouderen blijkt uit het grote aantal doden, ziekenhuisopnamen, Spoedeisende hulp (SEH) bezoeken en de hoge directe medische kosten. Valongevallen zijn de meest voorkomende oorzaak van letsel door een ongeval bij ouderen.
Het aantal valongevallen blijft stijgen, vooral onder 85+-ers. Elke dag overlijden 9 65+-ers aan de gevolgen van een val en elke 5 minuten komt een oudere op de SEH-afdeling na een (privé-)valongeval. Zowel bij de SEH-bezoeken als bij ziekenhuisopnamen en dodelijke valongevallen is een stijgende trend te zien, ook na correctie voor veranderingen in de bevolkingsopbouw. Voor SEH-bezoeken is voor het eerst te zien dat het aantal valongevallen harder stijgt dan op basis van de vergrijzing verklaard kan worden.
In 2015 kwamen 3267 65+-ers om het leven door een val.Dit is veel meer dan het aantal verkeersdoden in 2015, namelijk 621. In 2015 kwamen 97.400 65+-ers op de spoedeisende hulp na een val.

Otago Oefen Programma is een een op maat gemaakt individueel kracht- en evenwichtstrainingsprogramma voor 65+-ers. Het is het meest effectief voor 80+-ers met een valgeschiedenis.Het wordt door een opgeleide Otago instructeur aan huis aangeboden. Herman Leusink is een gecertificeerd Otago instructeur.

Meerwaarde van het programma:

  • Aan huis behandelingen volgens een schema met een specifieke opbouw
  • Telefonisch consult voor advies en motivatie
  • Goed te onthouden door vele herhalingen en de structurele aanpak
  • Wetenschappelijk bewezen goed resultaat: vermindering van 35% van aantal valincidenten

Waar beleeft u plezier aan? Wat vindt u belangrijk in uw leven? Wat zou u graag willen?
Zelfstandig thuis blijven wonen, jezelf kunnen redden, relaties en contacten onderhouden, iets betekenen voor iemand, je gezond voelen.
Om dit te kunnen moet u voldoende kracht in uw spieren hebben, de beweeglijkheid van uw gewrichten op peil houden, uw uithoudingsvermogen moet goed blijven en uw evenwicht mag niet verminderen.
Dit kunt u bereiken met het Otago oefenprogramma.

valpreventie Otago

Wervelkanaalvernauwing (lumbale stenose)

Wat is een wervelkanaalvernauwing en hoe ontstaat het?
Slijtage/degeneratie van de wervelkolom is een normaal proces dat bij iedereen in meerdere of mindere mate plaatsvindt. Tijdens dit proces vindt verdikking plaats van de banden (ligamenten) tussen de wervels. Daarnaast treedt vergroting (verbreding en afplatting) op van de kleine tussenwervelgewrichtjes (facetgewricht). Hierdoor wordt de ruimte voor de zenuwwortels steeds kleiner, vooral in het gootje waar de zenuwwortels het wervelkanaal verlaten. Soms zorgt een uitpuilen van de tussenwervelschijf voor nog meer vernauwing. Sommige mensen hebben al van nature een nauwer wervelkanaal dan anderen.

Stenose

Pijn in de rug door de vernauwing
De lumbale kanaalstenose of vernauwing van het lendenwervelkanaal is een aandoening die tamelijk veel en vooral bij oudere mensen voorkomt. Er wordt geschat dat bijna 50% van de mensen boven de 60 jaar kanaalvernauwing hebben. In veel gevallen geeft de aanwezigheid van deze vernauwing geen klachten. Zijn er wel klachten, dan zijn dit: pijn laag in de rug en uitstraling van de pijn in één of beide benen. Typisch voor deze klachten is dat ze optreden bij het lopen en bij het stilstaan. De pijn in de rug en mogelijk ook in de benen wordt bij lopen of stilstaan erger. De benen gaan doof aanvoelen en worden stuurloos. Bij het zitten of voorover bukken verdwijnen deze uitstralende klachten direct. Dit is het gevolg van het wervelkanaal dat zich weer kan “openen”: er komt meer ruimte voor de zenuwen.

Voorovergebogen houding door de vernauwing
Bij lopen treedt pijn op, soms ook een doof gevoel en/of krachtsvermindering.In rust, vooral in wat gebukte houding, hurkend of zittend, verdwijnt de pijn dan weer vrij snel. Dit komt omdat bij lopen de kromming in de onderrug wat toeneemt en de ruimte afneemt. Bij bukken of hurken wordt de vernauwing juist weer wat minder. Patiënten met een vernauwing kunnen daarom ook vaak wel goed fietsen zonder noemenswaardige been- en rugklachten.

Behandeling
Niet elke lumbale kanaalstenose hoeft te worden geopereerd. Alleen als de klachten uw doen en laten ernstig beperken, dan is operatie de enige manier om van de klachten af te komen. Zijn er minder klachten en wordt er niet geopereerd, dan zijn meest gekozen niet-operatieve behandelingen: medicatie, fysiotherapie en injecties.
Fysiotherapie lijkt de beste niet-operatieve behandeling bij lumbale stenose. Bron: Pubmed

Bewegen bij reuma

Wat als rust roest en bewegen pijn doet?
Bewegen is juist heel belangrijk bij reumatische aandoeningen. Matig intensief bewegen wordt het meest aangeraden: probeer 5 dagen per week minimaal een half uur te wandelen, fietsen, skeeleren, zwemmen of fitnessen. Dit is niet heel belastend voor de gewrichten!
Voor reumapatiënten is pijn vaak een drempel om te gaan bewegen, maar bewegen met pijn mag. Pijn tijdens het bewegen beschadigt het gewricht in ieder geval niet.
Bron: Plusonline

Verergert pijn bij artrose bij koud en vochtig weer?

Bij een Europees project is de invloed van het weer en weersveranderingen onderzocht bij mensen uit zes verschillende Europese landen met artrose in de knie, hand of heup: “The Influence of Weather Conditions on Joint Pain in Older People with Osteoarthritis” Mensen met artrose rapporteren vaak dat het weer invloed heeft op de pijnklachten. Met name regenachtige en koude dagen verergeren de pijn. Dit onderzoek toont aan dat er een verband is tussen luchtvochtigheid en de mate van pijnklachten, met name bij lagere temperaturen. Op de andere variabelen werden geen significante resultaten gevonden. Het is mogelijk dat door de lagere temperaturen de stroperigheid van de gewrichtsvloeistof toeneemt, waardoor gewrichtsstijfheid groter wordt en daardoor gevoeliger voor pijn. Dit bevestigt dus dat mensen met artritis een verergering van de pijnklachten kunnen hebben bij koud en vochtig weer.

 

Hoe kun je vallen bij ouderen voorkomen?

Wat kunnen zorgverleners doen om vallen bij ouderen te voorkomen? Wees altijd alert! Als zorgmedewerker kun je een belangrijke rol spelen bij het signaleren en verkleinen van valrisico’s bij ouderen.
Deze animatievideo maakt zorgverleners ervan bewust dat zij een belangrijke rol spelen bij het signaleren en verkleinen van valrisico’s bij ouderen. Zorgverleners kunnen samen met de cliënt kijken hoe ze mogelijke valongelukken kunnen voorkomen. Meer bewegen is bijvoorbeeld heel belangrijk om het risico op vallen te verkleinen.

Voedingssupplement naast oefenen verbetert functioneren kwetsbare ouderen

Een op kwetsbare ouderen in verpleeghuizen gerichte interventie met een eiwit- en calorierijk voedingssupplement met vezels, vitamine D en calcium in combinatie met een oefenprogramma leidde tot een verbetering in functionele status na zes weken, voedingsstatus na zes en twaalf weken en kwaliteit van leven na zes en twaalf weken. Ouderen met een slechte functionele status en voedingstoestand hadden de grootste kans op een significante en klinisch relevante vooruitgang. Het behandelen van frailty (kwetsbaarheid) bij ouderen lijkt haalbaar en zinvol. Aanbevolen wordt om niet te wachten tot kwetsbare ouderen zijn opgenomen in een verpleeghuis, maar om soortgelijke interventies te starten bij pre-frail ouderen die nog zelfstandig wonen. De keuze voor één voedingssupplement in plaats van apart aanbieden van de verschillende micronutriënten is praktischer voor de ouderen, biedt nauwkeuriger mogelijkheden om alle bestanddelen in de juiste hoeveelheid toe te dienen en is kosteneffectief gebleken.

Bron: Jamda

Is zittend plassen voor mannen beter?

Uroloog en seksuoloog Bert Messelink, werkzaam bij het bekkenbodemcentrum van het UMCG, geeft antwoord op deze vraag.
Als je gezond bent en goed kunt plassen, maakt het niet uit of je dat staand of zittend doet, maar als het niet meer zo gemakkelijk gaat, bijvoorbeeld als je steeds vaker naar de wc moet, of de straal wordt minder krachtig, dan kun je beter gaan zitten als je moet plassen.

Wel of niet goed kunnen plassen heeft voor een groot deel te maken met de bekkenbodemspieren. Zittend of staand plassen verandert niets aan de verhouding tussen de prostaat, de blaas en de plasbuis. Bij het plassen moet je de bekkenbodemspier loslaten en laten ontspannen. Hoe beter je de bekkenbodemspier ontspant, hoe makkelijker je plast.

Als je staand plast moeten je spieren afwisselend aanspannen en ontspannen, anders val je om. Dat geldt ook voor de bekkenbodemspieren zo legt Bert Messelink uit. “Als mannen staand plassen, moet de bekkenbodem meerdere dingen tegelijk doen: aanspannen om te blijven staan, ontspannen om te kunnen plassen. Dit werkt tegen elkaar in. Bij zittend plassen is dit probleem er niet, dan kun je de bekkenbodemspier ontspannen.”

Staand plassen kan dus gemakkelijker zijn, maar plas- en pijnklachten bij staand plassen, los je niet op door zittend te plassen. Deze klachten kunnen behandeld worden met medicijnen en met bekkenfysiotherapie. “In samenwerking met de afdeling huisartsengeneeskunde hebben we onderzoek gedaan naar het effect van beide therapieën. Bekkenfysiotherapie werkt niet slechter dan medicijnen, maar het duurt wel langer voordat het helpt. Als de bekkenbodem door de therapie weer normaal werkt, verwachten we wel dat dit op langere termijn ook nog helpt bij het plassen.”

Bron: medicalfacts

Mogelijk verband chronische nekklachten en ademhalingsspieren

Verschillende studies hebben aangetoond dat nekklachten vaak samen gaan met gestoorde werking van de motoriek. Nieuwere studies benadrukken ook een verminderde ademhalingsfunctie die zich uit in een afname van de maximale vrijwillige ventilatie (MVV) en afgenomen maximale inspiratie en expiratie druk (PiMax en PeMax).

“Respiratory dysfunction in patients with chronic neck pain – Influence of thoracic spine and chest mobility”
Deze studie liet relatief veel significante, maar matige correlaties zien. Hier kunnen dus niet zoveel conclusies uit getrokken worden. Wat wel interessant is, is dat zelf gerapporteerde nek beperkingen met name voorspeld werden door PiMax en PeMax, terwijl nek mobiliteit geen voorspeller was! PeMax werd met name voorspeld door het uithoudingsvermogen van de samenwerking van de nekbuigers. Dit zou erop kunnen wijzen dat het toevoegen van oefeningen voor de ademhalingsspieren een waardevol zou kunnen zijn in de therapie bij mensen met chronische nekklachten.

Bronnen: Manual Therapy en Psyfysio

Dementie beïnvloedt strategieën voor opstaan uit stoel

Het zelfstandig kunnen opstaan uit een stoel is een belangrijke vaardigheid voor ouderen om hun zelfstandigheid te waarborgen. Vanuit zit tot stand komen wordt dan ook vaak getest door fysiotherapeuten en in training toegepast, en vaak worden strategieën aangeleerd om de uitvoering van de taak eenvoudiger te maken. Cognitieve stoornissen, bijvoorbeeld als gevolg van dementie, kunnen deze taak bemoeilijken. Er is onderzoek uitgevoerd om na te gaan hoe ouderen opstaan uit een stoel, welke strategieën zij daarbij toepassen, en of er verschillen zijn tussen ouderen met en zonder dementie.

Conclusie:
Ouderen met dementie staan op uit een stoel vanuit eenzelfde startpositie als ouderen zonder dementie, maar zij gebruiken vaker de armleuningen om zich omhoog te duwen en verplaatsen vaker hun voeten naar achteren als er geen tafel voor de stoel staat.
Ouderen met dementie zouden de beschikking moeten hebben over stoelen met armleuningen en ruimte om hun voeten naar achteren te verplaatsen.Opstaan

Bron: Archives of Gerontology and Geriatrics