Buikomtrek en BMI ook voorspellend voor dood van ouderen

Een overmatig grote buikomvang of een BMI die op ondergewicht wijst, is geassocieerd met een hogere sterfte onder ouderen. Dat bevestigt een meta-analyse die onder leiding van RIVM-onderzoekers werd uitgevoerd en onlangs verscheen in International Journal of Epidemiology

Ellen de Hollander en collega’s verzamelden 29 studies onder ouderen van wie de 5-jaarsmortaliteitsgegevens en de buikomvang plus het BMI beschikbaar waren; dit leverde data op van in totaal ruim 58.000 personen van 65-74 jaar. Vervolgens modelleerden ze de associatie tussen buikomtrek en BMI en het relatieve risico op sterfte.

Bij mensen met een niet-afwijkende BMI was een duidelijk toegenomen buikomvang (meer dan 102 cm voor mannen of 88 cm bij vrouwen) geassocieerd met een hogere sterfte dan bij mensen met een kleine buikomtrek. Uit de modellen bleek bovendien dat de buikomvang onafhankelijk van het BMI voorspellende waarde voor de sterfte had. Ook voor mensen met overgewicht of obesitas was een grotere buikomvang geassocieerd met een hoger sterfterisico. Het hoogste relatieve risico werd echter gevonden bij personen met een BMI onder de 20: bij mannen was het sterfterisico 2,2 keer dat van de controles, bij vrouwen 2,3 keer.

Volgens de auteurs kan de buikomvang dan ook een goede maat zijn om het sterfterisico van ouderen in te schatten, al dan niet na correctie voor BMI. Mogelijk verklaart de veronderstelde schadelijkheid van overmatig visceraal vet de bruikbaarheid van de buikomtrek. Wel stellen ze op grond van hun analyse dat de afkapwaarden die voor de algemene bevolking worden gebruikt, waarschijnlijk te laag zijn. Voordat de buikomtrek echt klinisch kan worden toegepast moet er dus eerst consensus komen over de relevante afkapwaarden bij ouderen.
(Bijdrage: Lucas Maillette de Buy Wenniger.)

Bron: Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:C1303

COPD komt veel meer voor dan gedacht

COPD komt veel meer voor dan gedacht, terwijl de ziekte bij de meeste personen onbehandeld blijft. Dit blijkt uit een steekproef uit de bevolking van Maastricht. Van de mensen ouder dan veertig jaar heeft 23,7% COPD. Van de mensen ouder dan 70 jaar heeft zelfs 41,6% COPD.

Longarts Lowie Vanfleteren en collega’s namen een blinde steekproef van 592 personen ouder dan 40 jaar in de regio Maastricht en verrichtten bij al deze personen een longfunctie-onderzoek. Bij 28,5% van de mannen en 19,5% van de vrouwen is sprake van een chronische luchtwegvernauwing die bij COPD past. Dit percentage stijgt met de leeftijd en met het aantal gerookte sigaretten tot 41,6% bij de zeventig-plussers. Het onderzoek wordt deze maand gepubliceerd in Respiratory Medicine.

Uit het onderzoek blijkt dat COPD veel meer voorkomt dan gedacht. Het RIVM schat de incidentie op slechts 1,8% van alle mannen en 1,6% van alle vrouwen. Bovendien wist maar 8,8% van de onderzochte groep mensen dat ze COPD hadden. Het gros van de mensen met COPD krijgt dus geen behandeling voor de ziekte. Door de toenemende vergrijzing en de aanhoudende consumptie van sigaretten en andere rookwaren blijft het aantal mensen met COPD de komende decennia stijgen en daarmee de belasting voor de zorg en maatschappij. Volgens de onderzoekers staat de overheid dan ook voor de uitdaging om de zorg in te richten op de groeiende stroom patiënten en om de consumptie van tabaksproducten verder terug te dringen.

Bovenstaande gegevens zijn afkomstig uit onderzoek van het Maastricht Universitair Medisch Centrum (Maastricht UMC+) en CIRO+, expertisecentrum voor chronisch orgaanfalen in Horn.

Bron: azM

Aantal ouderen met hartfalen neemt fors toe

Het aantal mensen met hartfalen zal de komende jaren fors toenemen.
Hartfalen ontstaat doordat de pompfunctie van het hart tekort schiet en leidt hoofdzakelijk tot kortademigheid en vocht in de longen en in de benen. Dit kan ertoe leiden dat mensen eerder moe zijn, minder fysieke inspanningen aankunnen, slecht slapen door benauwdheid en niet zelden ook geestelijke problemen krijgen.
De verwachting is dat het aantal mensen met hartfalen de komende jaren fors zal groeien, tot 195.000 in 2025.

U kunt de kans op hartfalen verminderen door risicofactoren te vermijden, vooral een te hoge bloeddruk en een hartinfarct. De preventieve maatregelen voor hart- en vaatziektes in het algemeen zijn ook effectief om hartfalen te voorkomen (gezonde voeding, bewegen, niet roken, enzovoort). De meeste gezondheidswinst is te behalen door de bloeddruk van mensen met een hoge bloeddruk levenslang onder controle te houden. Mensen met een verhoogd risico op hartfalen, zoals na een hartinfarct of met diabetes, zouden nog intensiever en gerichter begeleid kunnen worden.
Onder artsen neemt de belangstelling voor vroege opsporing van hartfalen toe.

Bron: RIVM

Huisartsen maken betrouwbare medische site

De website Thuisarts.nl is opgezet door het Nederlands Huisartsen Genootschap en geeft betrouwbare informatie over gezondheid en ziekte. Het betreft actuele achtergrondinformatie over diverse aandoeningen en over de rol die de huisarts kan spelen bij de behandeling van die aandoeningen.

 

 

Training heeft een gunstig effect op loopsnelheid, evenwicht en uitvoer van ADL activiteiten bij kwetsbare ouderen

Training en beweging zijn belangrijke interventies voor het verbeteren van fysiek functioneren bij ouderen. Het kan bijdragen aan het vertragen van fysiologische veranderingen die samengaan met veroudering, cognitief functioneren verbeteren en een aanvulling zijn op de behandeling van chronische ziekten en aandoeningen. Ook bij kwetsbare ouderen kan training bijdragen aan een verbetering in functioneren en kwaliteit van leven, maar de effecten zijn niet eenduidig.
Er is geen duidelijkheid over de meest effectieve vorm van training, daarom zal de training altijd aangepast moeten worden aan de individuele situatie van de oudere.

Bron: Pubmed

Zorgkosten – integrale zorg in de buurt

Gemiddeld betalen we in Nederland nu twee keer zoveel aan de zorg als 12 jaar geleden.
De vergrijzing verklaart maar 15% van de kostentoename. Het komt ook niet omdat we ongezonder leven; de gezondheid neemt juist toe.
Verkeerde prikkels zijn oorzaak van de kostenexplosie in de zorg. Dit is één van de conclusies van het rapport “Integrale zorg in de buurt” van onderzoeksinstituut NYFER.
Het grote knelpunt: zorgaanbieders interesseren zich te weinig voor doelmatigheid. Het zou ze te veel gaan om de geleverde zorg in plaats van de gezondheid of de kwaliteit van leven. Daardoor wordt er te weinig geïnvesteerd in preventie en verbetering van de leefstijl.
De onderzoekers stellen dat de zorg er meer op gericht zou moeten zijn dat mensen aan de maatschappij kunnen blijven deelnemen. De zorg zou laagdrempelig moeten zijn en beter moeten worden georganiseerd. Verschillende zorginstanties, zoals het ziekenhuis, de thuiszorg en de apotheek, moeten kortom beter met elkaar samenwerken.
En dat kan door financiële prikkels daar sterker op te richten.

Bron: NYFER
Zie ook: Therapie in de thuiszorg over samenwerking van thuiszorg, fysiotherapeut en ergotherapeut